ECLI:NL:CRVB:2015:487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering per 23 januari 2012 te beëindigen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant voornamelijk medische gronden aan, waaronder een motiveringsgebrek en onzorgvuldig onderzoek door de verzekeringsarts.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het besluit gebaseerd was op een verzekeringsgeneeskundig rapport en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), die voorafgaand aan de hoorzitting ter inzage waren gelegd. De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts niet verplicht was tot uitgebreid lichamelijk onderzoek vanwege beschikbare informatie van de behandelend cardioloog.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de belasting van de voorgehouden functies de functionele mogelijkheden van appellant niet overschrijdt. Er waren geen medische gegevens aangeleverd die een zwaardere beperking rechtvaardigen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat de beperkingen van appellant de functionele mogelijkheden niet overschrijden.