ECLI:NL:CRVB:2015:489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op IVA-uitkering op grond van Wet WIA afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als offset voorbereider en meldde zich ziek met hartklachten. Het UWV kende hem een WGA-uitkering toe, maar appellant vorderde een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek toonde beperkingen door psychische klachten en fysieke aandoeningen, maar niet zodanig dat appellant slechts 20% of minder van het maatmaninkomen kon verdienen.
De arbeidsdeskundige selecteerde passende functies die binnen de belastbaarheid van appellant vielen. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in die een zwaardere beperking aannemelijk maken. De Raad ziet geen reden een deskundige te benoemen.
De Raad concludeert dat niet is voldaan aan artikel 4 Wet Pro WIA voor een IVA-uitkering en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op een IVA-uitkering wordt niet toegekend.