ECLI:NL:CRVB:2015:490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich ziek gemeld vanwege knie- en rugklachten en ontving een WIA-uitkeringsbesluit waarin werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waardoor geen recht op uitkering ontstaat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en toereikend is uitgevoerd. De verzekeringsarts heeft alle relevante medische informatie betrokken, waaronder rapporten van specialisten, en de arbeidsdeskundige heeft gemotiveerd dat appellante de geduide functies kan verrichten. Het gebruik van het medicijn Lyrica en de brief van de anesthesioloog bieden geen aanleiding tot herziening.
Ook de door appellante overgelegde röntgen- en MRI-rapporten leiden niet tot een ander oordeel, omdat deze informatie reeds bekend was en onvoldoende specialistische duiding ontbrak. Het verzoek tot een deskundigenonderzoek wordt afgewezen. Ten slotte is het beroep op het ontbreken van een arbeidsdeskundig onderzoek in bezwaar ongegrond, omdat geen expliciete arbeidskundige bezwaren zijn aangevoerd en de arbeidsdeskundige zijn rapporten inzichtelijk heeft gemotiveerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.