ECLI:NL:CRVB:2015:492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
Appellant voerde aan dat hij lichamelijk en geestelijk meer beperkt is dan het UWV aannam, met onder meer een MRI-scan als bewijs. De Raad oordeelt echter dat de verzekeringsartsen een deugdelijke medische basis hebben gelegd, met uitgebreid onderzoek en dossierstudie. Er zijn nauwelijks objectieve afwijkingen gevonden en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) houdt voldoende rekening met de klachten.
De radiologische gegevens uit 2014 zijn niet relevant voor de situatie op 5 juli 2012, de peildatum voor de beoordeling. Ook de arbeidskundige beoordeling is deugdelijk en de voorgestelde functies zijn passend. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.