ECLI:NL:CRVB:2015:4956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling belastbaarheid in WIA-uitkering door UWV
Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen, met name aan de rechterarm en psychische klachten, onvoldoende waren meegewogen bij de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV. De rechtbank had het beroep eerder ongegrond verklaard omdat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de belastbaarheid van appellante juist is vastgesteld. De rechterarmklachten zijn erkend en beperkingen zijn opgenomen, maar er is geen reden om appellante functioneel als eenarmig te beschouwen. Ook de psychische klachten zijn door de verzekeringsarts erkend en meegenomen in de beoordeling.
De voorbeeldfuncties die het UWV aan appellante heeft voorgehouden, zijn medisch geschikt bevonden. Appellante heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd om de beoordeling van het UWV te betwisten. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.