ECLI:NL:CRVB:2015:4968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over WGA-uitkering ondanks betwisting medische beoordeling
Appellant, werkzaam geweest als consulent woonintegratie en later als medewerker buurtbeheer, viel uit wegens slaapstoornissen en kreeg een WGA-uitkering toegekend. Na een verslechtering van zijn gezondheid in 2011 werd zijn arbeidsongeschiktheid opnieuw beoordeeld, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid verhoogde. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, waaronder het verzoek om een onafhankelijk medisch deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met inachtneming van relevante medische informatie van specialisten. De Raad stelde vast dat de beperkingen van appellant niet objectief waren toegenomen en dat de slaapstoornissen medisch gezien niet waren veranderd.
De Raad verwierp het betoog dat de arbeidstijd beperkt moest worden in de Functionele Mogelijkhedenlijst, omdat hiervoor geen medische indicatie bestond. Ook was appellant in staat de werkzaamheden te verrichten die aan de voorbeeldfuncties waren verbonden. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beslissing van het UWV wordt bevestigd.