ECLI:NL:CRVB:2015:4973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WAO-procedure
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV omtrent haar WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 80-100%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde de mate van arbeidsongeschiktheid, maar wees het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af. Tevens werd de proceskostenvergoeding vastgesteld.
In hoger beroep richtte appellante zich tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding en de afwijzing van de schadevergoeding. De Raad beoordeelde dat de totale duur van de procedure, met name de rechterlijke fase, de redelijke termijn had overschreden. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor de uitspraak deels werd vernietigd.
De Raad stelde vast dat de overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase rechtvaardigt dat de Staat een schadevergoeding van €3.000,- aan appellante betaalt. Daarnaast werd de proceskostenvergoeding aangepast, waarbij voor een zitting een hele punt werd toegekend in plaats van een halve punt. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van de aangepaste proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak vervangt de eerdere uitspraak voor zover vernietigd en bevestigt het belang van tijdige behandeling van sociale zekerheidszaken en correcte vergoeding bij overschrijding van redelijke termijnen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak voor het niet toekennen van schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en past de proceskostenvergoeding aan.