ECLI:NL:CRVB:2015:4996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid na herniaoperatie
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarin hij niet volledig arbeidsongeschikt werd geacht. Na een tussenuitspraak van de Raad werd het UWV opgedragen de motivering van het besluit te verbeteren. Het UWV stelde zich vervolgens op het standpunt dat appellant op de datum van 17 oktober 2010, na een herniaoperatie in Turkije, volledig arbeidsongeschikt moet worden geacht.
De Raad oordeelde dat de eerdere grondslag van het bestreden besluit daarmee is komen te vervallen, waardoor het besluit vernietigd moet worden. Ook de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam, die het beroep ongegrond verklaarde, werd vernietigd.
Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief het betaalde griffierecht. Appellant was niet verschenen bij de zitting, het UWV werd vertegenwoordigd door een raadsman.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 30 december 2015.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de volledige arbeidsongeschiktheid van appellant.