ECLI:NL:CRVB:2015:4997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als shiftleader, meldde zich ziek wegens vermoeidheid en malaise. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij de voorbeeldfuncties niet kon vervullen. Het UWV verzocht bevestiging van de eerdere uitspraak.
De Raad oordeelde dat er geen reden is om te twijfelen aan de verzekeringsgeneeskundige grondslag. Appellant lijdt aan het chronisch vermoeidheidssyndroom, lichte COPD en heeft een verleden met polymyositis. Met inachtneming van beperkingen kan appellant 40 uur per week werken. Medische stukken van appellant gaven geen aanleiding tot een andere beoordeling.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant de functies kan vervullen binnen zijn beperkingen. De mate van arbeidsongeschiktheid is terecht vastgesteld op minder dan 35%. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.