ECLI:NL:CRVB:2015:544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich ziek gemeld vanwege psychische klachten en lichamelijke aandoeningen waaronder migraine, carpaal-tunnelsyndroom en spataderen. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beoordeling zorgvuldig was en de zorgtaak voor haar autistische dochter niet tot beperkingen leidt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische klachten, slaapapneu en lichamelijke beperkingen. Zij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde echter dat er geen reden was om te twijfelen aan de medische beoordeling, mede omdat appellante geen aanvullende medische onderbouwing had geleverd.
De Raad stelde vast dat met een gewijzigde functieduiding en een aanvullend arbeidskundig rapport voldoende onderbouwing was gegeven dat appellante in staat was om bepaalde functies te vervullen. Overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts was niet noodzakelijk. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en veroordeelt het UWV in de proceskosten.