ECLI:NL:CRVB:2015:576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.J.W. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-vervolguitkering bij 55-65% arbeidsongeschiktheid na psychische klachten
Appellant, werkzaam als monteur, meldde zich in 2009 ziek vanwege psychische klachten. Het UWV stelde in 2011 vast dat hij 54% arbeidsongeschikt was en recht had op een loongerelateerde WGA-uitkering. Na toename van klachten in 2012 stelde het UWV bij besluit vast dat appellant recht had op een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 55-65%, ingaand 30 juni 2012.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat hij psychisch niet zelfredzaam was en dat een urenbeperking van meer dan tien uur had moeten worden vastgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen zorgvuldig waren vastgesteld en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de bezwaren van appellant gemotiveerd had weerlegd. De medische informatie toonde niet aan dat appellant psychisch niet zelfredzaam was op de datum in geding. Ook was er geen grond voor een grotere urenbeperking, omdat behandeling pas na de datum in kwestie was gestart.
De arbeidskundige onderbouwing van het UWV werd eveneens bevestigd; de geselecteerde functies overschreden de belastbaarheid van appellant niet. De mate van arbeidsongeschiktheid bleef derhalve 55-65%. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een WGA-vervolguitkering op basis van 55-65% arbeidsongeschiktheid.