Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Zij maakt gebruik van een grote scootmobiel. Op 3 augustus 2009 en 1 november 2010 heeft appellante aanvragen gedaan voor een extra schuurdeur. Het college heeft deze aanvragen afgewezen. Op
Centrale Raad van Beroep
Appellante, die beperkingen aan haar rechterknie heeft en een grote scootmobiel gebruikt, deed meerdere aanvragen voor een extra schuurdeur. Deze werden door het college van burgemeester en wethouders van Uitgeest afgewezen. De rechtbank stelde in eerste aanleg het beroep van appellante deels in het gelijk en vernietigde het bestreden besluit, maar verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat appellante haar stellingen onvoldoende onderbouwde.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank ten onrechte het beroep op het gelijkheidsbeginsel had verworpen, omdat een ander persoon met een brede scootmobiel wel een extra schuurdeur had gekregen. De Raad stelde vast dat appellante haar stelling met een concreet voorbeeld had onderbouwd, waardoor het aan het college was om te motiveren waarom er geen sprake was van een gelijk geval.
Het college motiveerde dat de situatie van de ander niet vergelijkbaar was, omdat die persoon rolstoelafhankelijk is en de deurbreedte noodzakelijk is voor de rolstoeltransfer, terwijl appellante zelfstandig kan lopen en haar scootmobiel door de huidige deur past. De Raad oordeelde dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel daarom faalt en bevestigde de aangevallen uitspraak met verbeterde gronden.
De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellante in hoger beroep en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema op 18 februari 2015.
Uitkomst: Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.