ECLI:NL:CRVB:2015:641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek huishoudelijke verzorging wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, geboren in 1937, verzocht om huishoudelijke verzorging op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vanwege problemen met bukken en strekken door zwaarlijvigheid en rugklachten. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek af, omdat appellant zijn huishouden zelfstandig kan voeren met hulpmiddelen en door taken te spreiden.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens het ontbreken van medisch advies, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het college alsnog medisch advies had ingewonnen. De medisch adviseur concludeerde dat appellant in staat is om in een rustig tempo en verspreid over de week de huishoudelijke taken te verrichten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet zelf medisch onderzocht was en dat er onvoldoende informatie van behandelend specialisten was ingewonnen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de medisch adviseur voldoende informatie had, mede via de huisarts, om een verantwoord oordeel te vellen. Appellant had geen objectieve medische gegevens overlegd die het advies van de medisch adviseur ondermijnden. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van het verzoek om huishoudelijke verzorging.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek om huishoudelijke verzorging wordt bevestigd.