ECLI:NL:CRVB:2015:66
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen kwijtschelding openstaande vorderingen Wet werk en bijstand na niet-naleving betalingsverplichting
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om kwijtschelding van openstaande vorderingen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college wees dit verzoek af omdat appellant niet had voldaan aan de betalingsverplichting gedurende een periode van vijf jaar, zoals vereist in de beleidsregels inkomensvoorzieningen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden voor kwijtschelding. Tevens stelde de rechtbank dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat terugvordering tot onaanvaardbare financiële of sociale consequenties zou leiden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat voortzetting van de terugvordering hem in ernstige financiële problemen zou brengen, waardoor hij niet meer in zijn primaire levensbehoeften zou kunnen voorzien. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat dit beroep een herhaling was van eerdere stellingen die reeds gemotiveerd door de rechtbank waren afgewezen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding wordt bevestigd.