Uitspraak
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 13 november 2012 een aanvraag om bijstand in en verklaarde dakloos te zijn, met opgave van vijf verblijfslocaties in Amsterdam. De Dienst werk en inkomen (DWI) voerde een onderzoek uit met 16 locatiebezoeken tussen 30 november en 7 december 2012, waarbij appellant slechts éénmaal werd aangetroffen. Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en verblijfsituatie van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat het onderzoek niet voldeed aan het vereiste maatwerk, met name dat er geen telefonisch contact werd gezocht na niet-aanwezigheid op locaties. De Raad oordeelde dat appellant, ondanks zijn status als dakloze, controleerbare gegevens moest verstrekken en dat het college voldoende inspanningen had verricht om de opgegeven locaties te verifiëren.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en verblijfsituatie van appellant.