ECLI:NL:CRVB:2015:7
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woonvoorziening en maatschappelijke opvang wegens ontbreken dakloosheid
Appellanten, een gezin bestaande uit ouders en vier kinderen, verzochten het college van burgemeester en wethouders van Haarlem om hulp bij het verkrijgen van een geschikte woning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college wees dit verzoek af omdat de Wmo geen grondslag biedt voor hulp bij huisvesting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond, stellende dat zij niet dakloos waren en zelf woonruimte konden vinden.
Na een ontbindingsprocedure verlieten appellanten in november 2013 de onderhuurwoning en kregen zij tijdelijk toegang tot een noodvoorziening. Dit besluit stond los van het bestreden besluit en werd niet als bestuursbesluit in de zin van artikel 6:19 Awb Pro aangemerkt. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij recht hadden op maatschappelijke opvang en woonvoorziening.
De Raad oordeelde dat appellanten gedurende de periode van belang beschikten over woonruimte en dus niet dakloos waren. Bovendien valt het zoeken naar en toewijzen van een woning niet onder de vier taakvelden van de Wmo, zoals vastgesteld in eerdere jurisprudentie. Daarom was de afwijzing terecht en werd het hoger beroep verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek om maatschappelijke opvang en woonvoorziening bevestigd.