ECLI:NL:CRVB:2015:743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende medewerking arbeidsinschakeling
Appellant ontvangt sinds juni 2008 bijstand en werd in 2011 medisch onderzocht vanwege re-integratie. De bedrijfsarts stelde lichte beperkingen vast, waarna appellant een passende werkplek werd aangeboden. Appellant weigerde een arbeidsovereenkomst te ondertekenen vanwege medische bezwaren en wilde een nieuw medisch onderzoek.
Het college verlaagde de bijstand over augustus 2011 met 100% wegens onvoldoende medewerking aan een arbeidsinschakelingsvoorziening. De rechtbank stelde de verlaging terug op 50%, omdat het niet ondertekenen niet leidde tot beëindiging van het traject maar tot aanpassing.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen onderschat waren en dat het werk niet passend was. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn standpunten en dat het college terecht aannam dat de aangeboden arbeid passend was. De Raad bevestigde daarom de bijstandsverlaging van 50%.
Uitkomst: De bijstandsverlaging van 50% wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling wordt bevestigd.