ECLI:NL:CRVB:2015:762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens eigen zeggen meer arbeidsbeperkingen heeft dan vastgesteld. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen dit laatste onderdeel en voerde medische en arbeidskundige gronden aan, waaronder klachten van vermoeidheid, rugklachten en psychische beperkingen.
De Raad beoordeelde de rapporten van de verzekeringsartsen, die de klachten van appellant voldoende hadden betrokken en gemotiveerd hadden waarom deze niet leidden tot een urenbeperking. De visie van de bedrijfsarts, die appellant voor 20 uur per week belastbaar achtte, leidde niet tot een ander oordeel omdat de verzekeringsarts een andere taak heeft en de FML op andere gronden is vastgesteld.
Verder wees de Raad het verzoek af om een psychiater als deskundige te benoemen en om recente medische informatie over hernia en PTSS in te brengen, omdat deze niet relevant waren voor de in geschil zijnde datum. Ook de arbeidskundige bezwaren tegen de geselecteerde functies werden verworpen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.