ECLI:NL:CRVB:2015:769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor arbeid bij beëindiging Ziektewetuitkering na psychische klachten
Appellante was wegens psychische klachten arbeidsongeschikt en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 24 september 2012 omdat zij geschikt werd geacht voor ten minste één van de functies die bij de WIA-beoordeling waren vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische toestand was verslechterd, onderbouwd met medicatieoverzichten en een verlaging van haar GAF-score. Zij stelde ook dat geen rekening mocht worden gehouden met de eerder geduide functies vanwege het tijdsverloop.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen voldoende hadden vastgesteld dat appellante geschikt was voor ten minste één functie, ondanks haar psychische beperkingen. Het medicatieoverzicht en de GAF-score gaven geen aanleiding tot een ander oordeel. Het UWV mocht teruggrijpen op de eerder geduide functies omdat appellante geen ander werk had hervat.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor ten minste één van de geduide functies en verklaart het hoger beroep ongegrond.