ECLI:NL:CRVB:2015:770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor werk als wikkelaar
Appellante was werkzaam als productiemedewerker en viel uit wegens letsel aan achillespees en nierklachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 26 februari 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering.
Op 19 augustus 2013 meldde appellante zich ziek met zwangerschapsklachten en verergerde klachten aan achillespees, nieren en rug. Een verzekeringsarts concludeerde na onderzoek dat zij geschikt bleef voor een aantal functies, waaronder die van wikkelaar, die qua belastbaarheid passend was. Het UWV weigerde daarom een Ziektewet-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De medische rapporten tonen geen objectieve reden om appellante per 19 augustus 2013 ongeschikt te achten voor haar arbeid. Het rapport van een medisch adviseur uit 2014 leidt niet tot een ander oordeel.
De Raad oordeelt dat de functie van wikkelaar voornamelijk zittend werk betreft met beperkte belasting, passend bij de beperkingen van appellante. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Ziektewet-uitkering bevestigd.