ECLI:NL:CRVB:2015:772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid per 25 oktober 2012
Appellant was werkzaam als kasmedewerker en viel op 26 september 2011 uit wegens diverse klachten waaronder stress en lichamelijke aandoeningen. Op basis van medisch onderzoek door verzekeringsartsen van het UWV werd geconcludeerd dat appellant per 25 oktober 2012 weer in staat was zijn arbeid te verrichten. De Ziektewetuitkering werd daarop beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn klachten objectief waren. Hij overhandigde aanvullende medische documenten in hoger beroep. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren dat de beperkingen van appellant waren onderschat.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze conclusie. De Raad stelde vast dat de verzekeringsartsen een grondig dossieronderzoek hadden verricht, appellant lichamelijk en psychisch hadden onderzocht en informatie van behandelaars hadden ingewonnen. De aanvullende medische stukken in hoger beroep waren onvoldoende om het eerdere oordeel te weerleggen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht per 25 oktober 2012 beëindigd wegens arbeidsgeschiktheid.