ECLI:NL:CRVB:2015:774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loonaanvullingsuitkering en toekenning WGA-vervolguitkering bevestigd
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om per 1 maart 2013 de loonaanvullingsuitkering (LAU) te beëindigen en haar een WGA-vervolguitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat niet was gebleken dat appellante ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen had ontvangen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een arbeidsdeskundige haar in januari 2011 telefonisch had toegezegd dat haar uitkering zou doorlopen tot aan het pensioen. Het UWV ontkende dat een dergelijk gesprek had plaatsgevonden en stelde dat er geen sprake was van rechtsgeldige toezeggingen die afwijken van de wettelijke regeling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel alleen slaagt indien uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen zijn gedaan die gerechtvaardigde verwachtingen wekken. Aangezien appellante het gesprek niet kon staven en het UWV ontkende dat het had plaatsgevonden, was er onvoldoende grond voor een succesvol beroep op het vertrouwensbeginsel.
Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de LAU en toekenning van de WGA-vervolguitkering wordt bevestigd.