ECLI:NL:CRVB:2015:821
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij geschil over Ziektewet-uitkering wegens psychische klachten
Verzoeker, sinds september 2011 werkzaam als administratief medewerker, viel in maart 2012 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde in augustus 2012 zijn Ziektewet-uitkering op basis van een oordeel dat hij weer arbeidsgeschikt was. Verzoeker maakte bezwaar en bracht medische informatie in, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en volgde het rapport van een door haar ingeschakelde psychiater, die ernstige psychische beperkingen vaststelde.
Het UWV stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht om nadere toelichting van de psychiater. De voorzieningenrechter oordeelt dat het rapport van de psychiater onvoldoende consistent is en dat in de bodemprocedure een nadere vraagstelling aan hem moet worden voorgelegd. Het is onzeker hoe de Raad in de bodemprocedure zal oordelen.
Gezien de medische dossiers en rapporten van het UWV acht de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat de medische onderbouwing van het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, mede gelet op mogelijke financiële gevolgen van voorschotverlening.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 11 maart 2015.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot toekenning van een volledige Ziektewet-uitkering wordt afgewezen.