ECLI:NL:CRVB:2015:899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55 procent
Appellante kreeg van het UWV een WGA-vervolguitkering toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Na bezwaar en beroep verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waarbij zij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de geselecteerde functies passend achtte.
In hoger beroep stelde appellante dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen haar bezwaar aan te vullen en dat de beperkingen onvoldoende waren meegewogen, waaronder de mate van hand- en vingergebruik en de geschiktheid van functies. Ook voerde zij aan niet te beschikken over de vereiste opleiding voor een functie.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om haar bezwaar aan te vullen en dat het UWV de medische en arbeidsdeskundige rapporten zorgvuldig had betrokken. De beperkingen waren adequaat vastgesteld en de functies waren passend, waarbij het MAVO-diploma van appellante gelijkgesteld werd aan MBO-niveau 1. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.