ECLI:NL:CRVB:2015:910

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 maart 2015
Publicatiedatum
26 maart 2015
Zaaknummer
13-584 AW
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing op bezwaar en proceskostenvergoeding

De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van appellante tegen een beslissing van de commandant Commando Dienstencentra. Na een tussenuitspraak op 4 september 2014 nam de commandant op 28 oktober 2014 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarin aan de bezwaren van appellante werd tegemoetgekomen.

Hierop trok appellante het hoger beroep in bij brief van 11 november 2014 en verzocht de Raad de commandant te veroordelen in de proceskosten. De commandant maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. Met toestemming van partijen werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en gesloten.

De Raad oordeelde dat de intrekking van het hoger beroep plaatsvond omdat de commandant geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoet was gekomen, waardoor de commandant op verzoek van appellante in de proceskosten kon worden veroordeeld. De proceskosten werden begroot op €999, bestaande uit rechtsbijstand en reiskosten. Een verzoek om verletkosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Tot slot wees de Raad appellante op de mogelijkheid om vergoeding van het betaalde griffierecht te verzoeken bij de commandant op grond van de Awb. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw, op 26 maart 2015.

Uitkomst: De commandant wordt veroordeeld tot betaling van €999 aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

13/584 AW
Datum uitspraak: 26 maart 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in
verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van
19 december 2012, 12/5241 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Commandant Commando Dienstencentra (commandant)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft op 4 september 2014 een tussenuitspraak gedaan, gepubliceerd onder ECLI:NL:2014:2918.
De commandant heeft op 28 oktober 2014 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 11 november 2014 heeft mr. D. van Zoelen namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de commandant te veroordelen in de proceskosten.
De commandant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken omdat de commandant met de gewijzigde beslissing op bezwaar, onder toekenning van proceskosten in bezwaar en beroep, aan haar bezwaren tegemoet is gekomen.
De Raad ziet aanleiding om de commandant te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 980,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep en € 19,- aan reiskosten, in totaal € 999,-. Geen ruimte bestaat voor inwilliging van het verzoek om verletkosten. Dit verzoek is onvoldoende onderbouwd. Dat een dergelijke onderbouwing is vereist, is uitdrukkelijk vermeld op het formulier proceskosten.
Ter voorlichting van appellante wijst de Raad erop dat zij zich op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:41, zevende lid, van de Awb tot de commandant kan wenden met het verzoek om vergoeding van het door haar betaalde griffierecht in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de commandant in de kosten van appellant tot een
bedrag van € 999,-.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2015.
(get.) C.H. Bangma
(get.) P.A.M. Hulsdouw

IJ