ECLI:NL:CRVB:2015:914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit toekenning rang commandeur binnen nieuw brandweerrangenstelsel
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden om hem de rang van commandeur toe te kennen, in plaats van zijn oude rang adjunct-hoofdcommandeur. Dit besluit volgde op de invoering van een nieuw functiegebouw en rangenstelsel per 1 januari 2011, waarbij de oude rangenstructuur werd vervangen door een functiegerichte regeling.
Appellant stelde dat hij bij het plaatsingsvoornemen niet adequaat was geïnformeerd over het mogelijke verlies van zijn rang en dat het dagelijks bestuur onvoldoende rekening had gehouden met zijn belangen. Hij vorderde toekenning van zijn oude rang vanwege zijn inzet en de impact op zijn positie buiten de regio.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur conform de overgangsregeling maatwerk had geleverd door de functie van projectleider als uniformdragende functie aan te merken en de rang van commandeur toe te kennen. De rang van adjunct-hoofdcommandeur was voorbehouden aan strategisch managers en commandanten van dienst, en de nieuwe rangen waren niet vergelijkbaar met de oude. De vrees voor precedentwerking was gerechtvaardigd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Den Haag bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van de rang van commandeur wordt bevestigd.