ECLI:NL:CRVB:2015:937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als verkoopster, meldde zich in juni 2010 ziek vanwege psychische klachten terwijl zij een WW-uitkering ontving. Het UWV besloot in juni 2012 dat zij geen recht had op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen passend waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat haar nek- en concentratieklachten onvoldoende waren meegenomen en dat het motiveringsbeginsel werd geschonden. De Raad oordeelde dat de klachten adequaat waren beoordeeld door verzekeringsartsen en dat er geen medische onderbouwing was om de beperkingen te herzien. De rapporten toonden aan dat de nekklachten stressgerelateerd waren en dat er geen afwijkingen waren vastgesteld bij lichamelijk en psychisch onderzoek.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende en inzichtelijk had gemotiveerd dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden en dat de functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.