ECLI:NL:CRVB:2015:969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- G.M.G. Hink
- C.J. Waterbolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant had van juni 2005 tot oktober 2012 bijstand ontvangen, maar deze werd beëindigd vanwege weigering tot medewerking aan een huisbezoek. In november 2012 vroeg hij opnieuw bijstand aan, maar het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant op het opgegeven adres woonde.
Na bezwaar en een huisbezoek op 5 april 2013 concludeerde het college dat appellant niet aantoonde dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij weinig spullen had, vaak elders verbleef en verklaringen van buren had overgelegd.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen, zoals oude poststukken, verouderde etenswaren, het ontbreken van recente medicijnen en persoonlijke verzorgingsartikelen, en het niet gebruik van huishoudelijke apparaten, niet wijzen op hoofdverblijf. De verklaringen van omwonenden waren onvoldoende om het tegendeel te bewijzen. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld omdat appellant niet heeft aangetoond dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.