ECLI:NL:CRVB:2015:982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt niet-ontvankelijkverklaring WIA-aanvraag en stelt dwangsom vast
Appellante, die eerder een WAO-uitkering ontving vanwege allergische astma, diende op 18 april 2012 een wijzigingsformulier in bij het UWV, vergezeld van een begeleidende brief, waarin zij een herbeoordeling van haar WAO-uitkering wenste en tevens een WIA-uitkering wilde aanvragen. Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn en stelde dat geen aanvraag was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het UWV tijdig had beslist, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat het UWV het formulier en de brief als een WIA-aanvraag heeft opgevat en dat de WIA-beoordeling achterwege bleef omdat de verzekeringsarts concludeerde dat sprake was van een toename van beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak, waardoor een WAO-beoordeling volgde.
De niet-ontvankelijkverklaring berustte op een onjuiste grondslag. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, verklaart het beroep gegrond en stelt vast dat het UWV te laat heeft beslist. De Raad legt een dwangsom van €1.060,- op en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten van €1.470,- en griffierechten van €160,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV vernietigd, en een dwangsom van €1.060,- toegekend wegens te late beslissing.