ECLI:NL:CRVB:2016:104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijzondere bijstand wegens ontbreken dringende redenen
Appellant ontving bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor de uitvaartkosten van zijn overleden echtgenote. Het college vorderde deze bijzondere bijstand terug omdat appellant zijn verplichtingen uit de lening niet of niet behoorlijk was nagekomen, zonder dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de terugvordering ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat er wel dringende redenen waren vanwege zijn hoge leeftijd, analfabetisme, huisuitzetting tijdens verblijf in het buitenland en grote schuldenlast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dringende redenen alleen kunnen bestaan uit onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen van terugvordering in incidentele, uitzonderlijke gevallen. Appellant had echter onvoldoende medische of andere bewijsstukken overgelegd die aantonen dat de terugvordering tot onaanvaardbare gevolgen leidt. Ook is de beslagvrije voet van toepassing bij invordering.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van bijzondere bijstand wordt bevestigd.