ECLI:NL:CRVB:2016:1048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij autohandel
Appellant ontving vanaf december 2009 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een onderzoek naar kentekens die op zijn naam stonden, bleek dat in 2013 tientallen voertuigen kortstondig op zijn naam waren geregistreerd, veelal geëxporteerd. Appellant verklaarde dat hij deze voertuigen voor vrienden en kennissen op zijn naam had gezet, maar kon geen aankoop- of betalingsbewijzen overleggen.
Het college van burgemeester en wethouders van Almelo besloot de bijstand over de betreffende periodes in te trekken en de reeds ontvangen bijstand terug te vorderen wegens het schenden van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het ging om vriendendiensten, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door de transacties niet te melden en geen administratie bij te houden. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.