ECLI:NL:CRVB:2016:1058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand over september 2012 na beëindiging recht
Appellanten ontvingen bijstand op basis van de WWB en appellant verrichtte vanaf maart 2012 werkzaamheden waarvan de inkomsten maandelijks werden opgegeven. Het college verrekende deze inkomsten met de bijstand en trok de bijstand per 20 augustus 2012 in. Vervolgens vorderde het college een bedrag van €1.055,37 terug over de maand september 2012, omdat appellanten toen geen recht meer hadden op bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het betaalde bedrag van €920,08 betrekking had op september 2012, niet augustus, en dat de terugvordering terecht was. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat het bedrag betrekking had op augustus, maar de Raad verwierp dit omdat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld en de stukken geen steun boden voor het verweer van appellanten.
De Raad concludeerde dat de inkomsten steeds met de daaropvolgende maand werden verrekend en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand over september 2012 wordt bevestigd.