Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV van 17 april 2013 betreffende haar arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Rotterdam heeft dit besluit in stand gelaten, maar de Centrale Raad van Beroep heeft bij tussenuitspraak het UWV opgedragen het besluit nader te motiveren vanuit arbeidsdeskundig perspectief.
Het UWV heeft vervolgens een aanvullend rapport van een arbeidsdeskundige ingediend waarin wordt geconcludeerd dat er geen persoonlijk risico bestaat bij de functies ‘Productmedewerker textiel, geen kleding’ en ‘Productiemedewerker papier, karton, drukkerij’, ook niet bij onvoorspelbare epileptische aanvallen. Appellante heeft hiertegen bezwaar gemaakt met betrekking tot bepaalde werkzaamheden binnen deze functies.
De Raad oordeelt echter dat het aanvullende rapport inzichtelijk en overtuigend is en dat de werkplekinrichting zodanig is dat er geen verhoogd persoonlijk risico is. De door appellante aangevoerde bezwaren zijn laat ingebracht en onvoldoende onderbouwd. Daarom is het besluit nu wel voldoende gemotiveerd, maar het eerdere besluit en de uitspraak worden vernietigd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.