ECLI:NL:CRVB:2016:1140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loongerelateerde WIA-uitkering en toekenning WGA-vervolguitkering met 65-80% arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zijn recht op een loongerelateerde WIA-uitkering per 30 juni 2014 eindigt en dat hij vanaf die datum recht heeft op een WGA-vervolguitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig en volledig was uitgevoerd. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 11 juni 2012 bleef van kracht, waarin beperkingen zijn opgenomen vanwege de geestelijke gezondheid van appellant, waaronder een werktijdbeperking tot gemiddeld twintig uur per week.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn gezondheidsklachten, met name rugklachten en PTSS, onvoldoende waren meegewogen en dat hij volledig arbeidsongeschikt was. Hij bracht een verklaring van zijn behandelend psychiater in, maar de Raad oordeelde dat deze verklaring niet wezenlijk afweek van eerdere medische gegevens waarop het UWV zich baseerde.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de loongerelateerde WIA-uitkering met toekenning van een WGA-vervolguitkering van 65-80% wordt bevestigd.