ECLI:NL:CRVB:2016:1159
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van de Griend
- C.H. Bangma
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Geen erkenning van blijvende psychische invaliditeit onder Wubo na oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1936, diende een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) die aanvankelijk werd afgewezen omdat niet was vastgesteld dat zij oorlogsgeweld had ondergaan. Na herzieningsverzoek erkende verweerder dat appellante tijdens de Bersiap-periode internering had ondergaan, maar wees financiële aanspraken af wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit.
In beroep betoogde appellante dat haar psychische beperkingen waren onderschat, verwijzend naar een medisch advies dat haar als oorlogsslachtoffer onder de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR) aanmerkte. De Raad toetste echter alleen het oordeel over blijvende psychische invaliditeit volgens de Wubo, waarbij verweerder een maatstaf hanteert gebaseerd op vier rubrieken van de American Medical Association.
De Raad vond het advies van de geneeskundig adviseur Maas, die geringe tot matige beperkingen vaststelde in dagelijkse activiteiten, overtuigend en voldoende gemotiveerd. Het rapport van arts Laatsch bood onvoldoende grond om dit oordeel te verwerpen, mede omdat de beperkingen deels overlappen en slechts voor 50% aan psychische klachten kunnen worden toegeschreven.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit dat appellante geen recht geeft op uitkeringen wegens blijvende psychische invaliditeit onder de Wubo.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard; geen erkenning van blijvende psychische invaliditeit onder de Wubo.