ECLI:NL:CRVB:2016:1184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 7 januari 2013 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen zoals opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist waren vastgesteld en dat de medische onderbouwing toereikend was.
In hoger beroep betoogt appellant dat zijn psychische beperkingen onjuist zijn vastgesteld en dat onvoldoende rekening is gehouden met het rapport van zijn medisch adviseur en zijn behandeling bij Welnis. De Raad heeft een onafhankelijke deskundige, psychiater D.W. Oppedijk, geraadpleegd die concludeert dat de gezondheidstoestand van appellant niet is veranderd sinds 2013 en dat de vastgestelde belastbaarheid passend is.
De Raad volgt het deskundigenrapport omdat het zorgvuldig, inzichtelijk en consistent is en appellant heeft geen bezwaren tegen dit rapport ingebracht. De arbeidsdeskundige heeft bovendien gemotiveerd dat appellant de voorgehouden voorbeeldfuncties kan verrichten. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.