ECLI:NL:CRVB:2016:1226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Centrale Raad van Beroep wees appellant erop dat een griffierecht van €123,- betaald moest worden binnen een gestelde termijn. Ondanks meerdere aanmaningen, waaronder een aangetekende brief, heeft appellant het griffierecht niet voldaan.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht verplicht is. Appellant kreeg twee kansen om dit te herstellen binnen telkens een termijn van vier weken, maar maakte geen gebruik van deze mogelijkheden.
Gezien het niet betalen van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden, heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter T.L. de Vries, met griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.