ECLI:NL:CRVB:2016:1234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als persoonlijk begeleidster, meldde zich op 19 maart 2013 ziek vanwege spanningsklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 18 juli 2013 op basis van een rapport van een verzekeringsarts die oordeelde dat appellante vanaf 19 juli 2013 geschikt was om te werken.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel en stelde vast dat er geen twijfel bestond over de juistheid van het medisch oordeel dat appellante weer arbeidsgeschikt was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij nog steeds klachten had die haar belemmerden om te werken, waaronder psychische klachten zoals paniekaanvallen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de verzekeringsarts dat er geen sprake was van ernstige psychopathologie of een invaliderende aandoening die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde.
De Raad concludeerde dat de medische gegevens en rapportages geen aanleiding gaven om het standpunt van de verzekeringsarts te betwijfelen en bevestigde daarmee de eerdere uitspraken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid na 19 juli 2013.