ECLI:NL:CRVB:2016:1237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na herstelverklaring verzekeringsarts
Appellante, werkzaam als steksteekster, meldde zich op 21 februari 2012 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Na diverse onderzoeken concludeerde de verzekeringsarts op 28 mei 2013 dat zij per 30 mei 2013 hersteld was voor haar maatgevende arbeid, zoals nader omschreven in een arbeidsdeskundig rapport van 25 maart 2013.
Het UWV beëindigde daarop haar Ziektewetuitkering met ingang van 30 mei 2013. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank Rotterdam. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de conclusies van de verzekeringsarts onderbouwd, waarbij een brief van de huisarts onvoldoende aanleiding gaf tot twijfel.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de verzekeringsarts zich niet op objectieve medische gegevens had gebaseerd en dat het UWV geen juist beeld had van haar werkzaamheden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch oordeel juist was en dat de arbeidsdeskundige de werkzaamheden adequaat had beschreven op basis van informatie van de werkgever en het CBBS. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 30 mei 2013 wegens herstel van appellante.