ECLI:NL:CRVB:2016:1259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid college tot intrekken bijstand na niet verschijnen en niet overleggen gevraagde gegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd meerdere malen uitgenodigd voor gesprekken om een plan van aanpak te bespreken en gegevens te overleggen. Appellant verscheen niet op de afspraken en leverde de gevraagde stukken niet aan. Het college schortte de bijstand op en trok deze later in met toepassing van artikel 54, vierde lid, WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat psychische klachten hem verhinderden de post te openen en op de gesprekken te verschijnen, maar onderbouwde dit niet met objectieve medische gegevens. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was het recht op bijstand in te trekken en dat het verwijtbaar verzuim van appellant vaststond.
Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt bevestigd.