ECLI:NL:CRVB:2016:1260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing arbeidsverplichtingen WWB ondanks WAO-uitkering
Appellant ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering en aanvullende bijstand op grond van de WWB. Het college verleende hem tot 28 november 2013 ontheffing van arbeidsverplichtingen. Na een rechtmatigheidsonderzoek in 2014 en een medisch-arbeidsdeskundig onderzoek door A-REA legde het college de arbeidsverplichtingen weer op.
Appellant voerde aan dat zijn arbeidsongeschiktheid was toegenomen tot 45-55% en dat het college onzorgvuldig had gehandeld, maar deze gronden werden verworpen. De Raad oordeelde dat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens de WAO niet bepalend is voor de WWB-arbeidsverplichtingen en dat het advies van A-REA zorgvuldig was opgesteld.
Verder stelde appellant dat onvoldoende maatwerk was geleverd, maar de Raad stelde dat het college nog een apart besluit moet nemen over de concrete invulling van de arbeidsverplichtingen, waarbij maatwerk en begeleiding noodzakelijk zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ontheffing van arbeidsverplichtingen bevestigd.