ECLI:NL:CRVB:2016:1261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering langdurigheidstoeslag met terugwerkende kracht
Appellant vroeg op 3 juli 2014 een langdurigheidstoeslag aan voor de jaren 2012 tot en met 2014. Het college verleende de toeslag alleen voor de periode vanaf 3 juli 2014 en wees de aanvraag voor 2012 en 2013 af. Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het college verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond, omdat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een terugwerkende toekenning rechtvaardigen.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep voerde appellant opnieuw aan dat gezondheidsproblemen hem verhinderden om eerder een aanvraag in te dienen. De Raad oordeelde dat dit geen bijzondere omstandigheden oplevert, mede omdat appellant hulp had kunnen inschakelen. Bovendien wist appellant dat de toeslag jaarlijks aangevraagd moet worden, aangezien hij voor 2010 en 2011 zelf een aanvraag had gedaan.
De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter W.H. Bel, in aanwezigheid van griffier J.L. Meijer, op 5 april 2016.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de langdurigheidstoeslag met terugwerkende kracht voor 2012 en 2013.