ECLI:NL:CRVB:2016:1292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens juiste medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, geboren in 1995, heeft als gevolg van een val tijdens het skiën in 2008 heupklachten ontwikkeld en heeft in april 2013 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering. Het UWV heeft deze aanvraag geweigerd op basis van een medische beoordeling die beperkingen als gevolg van coxarthrose aan de rechterheup vaststelde, gevolgd door een arbeidskundige beoordeling die concludeerde dat appellant geschikt is voor meerdere functies.
Na bezwaar en beroep heeft het UWV een aanvullend onderzoek laten uitvoeren, waarbij de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op enkele punten werd aangepast, maar de conclusie bleef dat appellant meer dan 75% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, omdat zij de medische en arbeidskundige beoordelingen juist achtte.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen ernstiger zijn dan vastgesteld en verzocht om benoeming van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dit een herhaling was van eerdere bezwaren zonder nieuwe medische gegevens en dat de rechtbank de gronden op juiste wijze had beoordeeld. De Raad bevestigde dat de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de aangevallen uitspraak, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.