ECLI:NL:CRVB:2016:1297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenvergoeding reiskosten en verletkosten in hoger beroep ZVW
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de reiskostenvergoeding had berekend op basis van een afstand van 983 kilometer enkele reis, terwijl volgens hem 1.009 kilometer met twee overnachtingen in Nederland gerechtvaardigd zou zijn. Tevens voerde hij aan dat het uurtarief voor de verletkosten minimaal € 80,- moest bedragen en dat meer uren vergoed moesten worden vanwege rusttijd, overnachtingen en voorbereiding.
De rechtbank had de reiskosten berekend op basis van de ANWB-routeplanner tussen de woonplaats van appellant in Frankrijk en de rechtbank, waarbij het overnachtingsadres in Nederland buiten beschouwing was gelaten. De verletkosten waren vastgesteld op het laagste tarief van € 7,- per uur, omdat appellant zijn kosten niet nader had gespecificeerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht de afstand via de woonplaats had genomen en dat rustperiodes en voorbereidingstijd niet tot de verletkosten behoren. Ook was appellant niet geslaagd in het aannemelijk maken van een hoger uurtarief of meer uren. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees een veroordeling in proceskosten af.
De uitspraak benadrukt het limitatieve karakter van de proceskostenvergoeding volgens de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij geen volledige schadevergoeding wordt toegekend maar een forfaitaire tegemoetkoming.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het hoger beroep af.