ECLI:NL:CRVB:2016:1306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand wegens niet verstrekken noodzakelijke bankafschriften
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de eigen bijdrage in advocaatkosten. Het college van burgemeester en wethouders van Hengelo heeft appellant verzocht bankafschriften van de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag te overleggen. Ondanks uitnodigingen en waarschuwingen heeft appellant deze noodzakelijke gegevens niet verstrekt.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht omdat appellant verwijtbaar de gevraagde gegevens niet binnen de gestelde termijn heeft aangeleverd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat het college terecht om de bankafschriften heeft gevraagd, dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij deze niet kon overleggen en dat het college bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen. Ook het niet melden van een tweede bankrekening door appellant speelde mee. De Raad ziet geen reden om het besluit te vernietigen en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig verstrekken van noodzakelijke bankafschriften.