ECLI:NL:CRVB:2016:1308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële gegevens voorafgaand aan aanvraag
Appellant diende op 14 mei 2013 een aanvraag om bijstand in, maar het college stelde deze buiten behandeling wegens onvoldoende gegevens. Na vernietiging van dit besluit door de rechtbank, wees het college de aanvraag alsnog af omdat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn financiële situatie en verblijfplaats voorafgaand aan de aanvraag.
In hoger beroep stelde appellant dat bepaalde bankgegevens niet relevant waren, maar de Raad oordeelde dat het college juist op basis van bankafschriften de inkomenssituatie moet beoordelen. Appellant had nagelaten bankafschriften van een ING-rekening te overleggen, waardoor zijn financiële situatie niet kon worden vastgesteld.
De Raad concludeerde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden en bevestigde de afwijzing van de bijstandsaanvraag. De getuigenverklaringen over het levensonderhoud voorafgaand aan de aanvraag werden niet verder besproken omdat onvoldoende gegevens waren verstrekt.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door R.H.M. Roelofs namens de Centrale Raad van Beroep op 12 april 2016.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende gegevens over de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.