ECLI:NL:CRVB:2016:1380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als klassenassistent en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts vast dat zij geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde haar ziekengelduitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat mogelijk geen objectieve beoordeling had plaatsgevonden. Zij overhandigde medische stukken, waaronder een brief van een reumatoloog waarin fibromyalgie werd genoemd. De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts en de arts bezwaar en beroep rekening hadden gehouden met deze klachten en dat er geen aanwijzingen waren voor een gebrek aan objectiviteit.
De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af en bevestigde het bestreden besluit. Er was geen reden om het medisch oordeel te betwijfelen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.