ECLI:NL:CRVB:2016:1381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor functie eerste medewerker expeditie
Appellant was werkzaam als eerste medewerker expeditie met leidinggevende en coördinerende taken en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts vast dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte functie en beëindigde de ZW-uitkering. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV de verkeerde functie had beoordeeld en dat een arbeidskundig onderzoek en Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) hadden moeten worden opgesteld.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts wel degelijk de juiste functie had beoordeeld, mede op basis van eerdere rapportages en ingevulde vragenlijsten van appellant zelf. De Raad stelde vast dat het opmaken van een FML en arbeidskundig onderzoek niet noodzakelijk was gezien de beschikbare gegevens. De rechtbank had terecht geoordeeld dat appellant ondanks zijn beperkingen in staat was zijn functie uit te oefenen, aangezien de leidinggevende aspecten niet automatisch een hoge werkdruk en stress betekenen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering wordt bevestigd.