ECLI:NL:CRVB:2016:1382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ZW-uitkering wegens geschiktheid voor horecawerkzaamheden
Appellant was horecamedewerker en meldde zich ziek met psychische en neurologische klachten na beëindiging van zijn dienstverband. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek vast dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en beëindigde de ZW-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten hem ongeschikt maakten voor het werk. De Raad beoordeelde de medische rapporten en concludeerde dat de verzekeringsarts de beperkingen en klachten zorgvuldig had meegewogen en dat appellant met zijn fysieke en psychische klachten zijn functie kon uitoefenen.
De Raad vond onvoldoende bewijs dat de omgevingsfactoren en klachten hem ongeschikt maakten. De werkzaamheden vonden plaats in een klein café met beperkte bediening, wat het oordeel ondersteunde. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.