ECLI:NL:CRVB:2016:1430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-vervolguitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek
Appellant, voormalig chauffeur, kreeg op grond van de Wet WIA een WGA-vervolguitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 39,47%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) trok deze uitkering in na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, waarbij de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25,16%.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig en juist was uitgevoerd en de beperkingen correct waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 4 februari 2013. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen door rug- en longklachten ernstiger waren dan vastgesteld, maar kon dit niet overtuigend onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was verricht, met voldoende medische onderbouwing en dat de arbeidskundige beoordeling eveneens juist was. De aanvullende medische stukken die appellant overlegde, gaven geen aanleiding tot herziening van het oordeel. De intrekking van de WGA-vervolguitkering blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-vervolguitkering wordt bevestigd wegens een juiste en zorgvuldige vaststelling van de arbeidsongeschiktheid.